Categorie: Middelbare school

3. Het verschil tussen foute en absurde antwoorden
3. Het verschil tussen foute en absurde antwoorden

Vandaag een blog over het beste boek over onderwijs dat ik ken, ‘Schoolpijn’, van de Franse schrijver Daniël Pennac.

Pennac was in zijn jeugd een, naar eigen zeggen, abominabel slechte leerling. Zijn ouders waren hoogopgeleid, zijn broers hadden nergens moeite mee, maar bij hem wilde de kennis maar niet in zijn hoofd blijven zitten. Na een rondgang langs diverse plattelandsscholen en uiteindelijk een paar kostscholen werd hij ‘gered’ door een drietal gepassioneerde leraren die hem tot leren wisten te motiveren.

Na jaren zelf leerkracht te zijn geweest, vooral in de Parijse banlieues, blikt hij terug op zijn carriere. Dat doet hij op zo’n aanstekelijke en liefdevolle manier dat iedereen die het leest spontaan voor een onderwijscarrière kiest (maar ik werk zelf natuurlijk niet voor niets in het onderwijs..).

Veel leerlingen die Pennac in de klas kreeg waren ervan overtuigd dat ze altijd een 0 zouden halen, hij noemt dit ‘magisch denken’. Pennac hielp de leerlingen van dit idee af door een strikt onderscheid te maken tussen foute antwoorden en absurde antwoorden. Ik laat de schrijver aan het woord ter verdere illustratie van het concept.

“Een absurd antwoord onderscheidt zich van een fout antwoord doordat het op geen enkele gedachte is gebaseerd. Het is vaak een automatisme, en dus niet meer dan een reflex. (…) Hij geeft geen antwoord op de vraag die is gesteld, maar op het feit dát er een vraag wordt gesteld. Wordt er een antwoord van hem verwacht? Dan geeft hij dat. Een goed, een fout, een absurd antwoord, dat maakt verder niet uit.

Helemaal in het begin van zijn schoolcarrière dacht hij dat het er sowieso alleen maar om ging antwoord te geven, met opgestoken vinger sprong hij op van zijn stoel, trillend van ongeduld: ‘Ik, ik, juffrouw, ik weet het! Ik weet het!’ (Ik besta! Ik besta!), en antwoordde zomaar wat. Maar we passen ons snel aan. We weten dat leraren een goed antwoord van ons verwachten. Dat blijken we niet in huis te hebben, Niet eens een fout antwoord. Geen idee wat we moeten antwoorden. We hebben de vraag die ons gesteld wordt maar amper begrepen. Kan ik dat aan mijn leraar bekennen? Kan ik ook niks zeggen? Nee, Dus antwoord ik maar wat. (…)

Door de absurde antwoorden van mijn leerling als foute antwoorden op te vatten, beschouw ik hem niet langer als een leerling, hij wordt iemand die zich niet aan de opdracht heeft gehouden en die ik naar het schemergebied van de eeuwige nul verban. Maar door dat te doen schakel ik mezelf als leraar uit; daar eindigt mijn pedagogische functie tegenover die meisje of deze jongen, die in mijn ogen weigert zijn rol als leerling te spelen.”

Mooi toch? De rest van het boek bevat nog een aantal zeer rake beschrijvingen over alledaagse situaties in het lesgeven aan kinderen. Wellicht bespreken we die later (of koop het boek, een aanrader!).

Op zoek naar betaalbare bijles of remedial teaching in Zeist, Utrecht of De Bilt?