Nieuwe blogs in uw mailbox?

Meld u aan om bericht te krijgen bij nieuwe blogs

Bedankt voor uw aanmelding!

Er ging iets fout, onze excuses.

Categorie: werkwoordspelling

59. Het belang van lezen
59. Het belang van lezen

‘Alleen door middel van literatuur kunnen we een indruk krijgen van de belevingswereld van personen uit lang voorbije perioden.’ 

Aldus Dick Schram in een publicatie van de stichting Lezen uit 2011.

En films dan, stripboeken, toneelstukken, verhalen, schilderijen?

Door middel van boeken leren kinderen zich inleven in andere mensen uit andere tijden, maar daarin is lezen toch niet uniek? 

Voor mij gold het absoluut als kind, samen met een vriendin smokkelde ik boeken naar buiten om daar in de pauze verder te lezen (we klommen ook in bomen en deden tikkertje, geen zorgen). Vanaf groep drie zaten we tijdens de leesles samen op de gang, in groep vier mochten we de bovenbouwboeken lezen omdat we alles uit hadden en samen werkten we ons gestaag door de jeugdafdeling van de lokale bibliotheek.

Maar als dat nou niet zo is? Als er een andere manier is waarop je liever informatie opzoekt? Leggen we niet een erg grote druk op lezen door te stellen dat het de enige manier is om je in te leven in vervlogen tijden? 

Vandaag sprak ik nog met iemand die lezen alleen maar doet omdat het moet, een jongen uit groep vier. Ik werk met hem aan spelling en lezen, wat hem totaal niet interesseert. Uitvinder, dat wil hij worden. Zijn ogen lichten op als ik iets vertel over wetenschappers. Zijn houding verandert volledig, hij vraagt door, zit rechtop, wil filmpjes over het onderwerp opzoeken, hij vergeet de tijd. 

‘Daar is vast een boek over’, dat is mijn eerste ingeving als ik iets nieuws wil leren. Vorig jaar kochten we een kas, ik zocht een boek over tuinieren in de kas, ik had last van m’n rug en zocht een boek over rugklachten. Deze jongen pakt het anders aan. Nadat zijn interesse in Galileo Galilei was gewekt door een versje dat ik voorlas uit het boek ‘Was de aarde vroeger plat?’ wilde hij meer weten. Filmpjes en afbeeldingen zijn de manier waarop hij het liefst iets opzoekt. En dat is toch ook oké? 

Nederlandse kinderen vinden lezen minder leuk dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. Mijn leerling gaat lezen misschien wel nooit heel leuk vinden. Hij moet uiteindelijk goed genoeg kunnen lezen om zich te kunnen redden in de maatschappij, functioneel analfabetisme is voor niemand fijn. Literatuur is een prachtige manier om je te ontspannen, je in te leven in anderen of inzicht te krijgen in de geschiedenis. De bevoorrechte positie lijkt mij echter niet geheel terecht, en niet goed voor het leesplezier van kinderen bij wie lezen niet vanzelf gaat. Laat deze jongen, en met hem vele anderen, zich verdiepen in wat hij leuk vindt, door filmpjes, plaatjes, stripboeken, en wie weet, als er wat minder druk op ligt, ook wel een mooi boek. 

Op zoek naar remedial teaching in Zeist, Utrecht of De Bilt?
23. Werkwoordspelling
23. Werkwoordspelling

“Iedereen krijgt t(hee), behalve ik, en jij als je te laat komt”.

Dat was de ene regel die mijn meester in groep 8 er goed in had gedrild. Hij kon mooie theekopjes op het bord tekenen, dat zeker. Behalve deze regel is de werkwoordspelling mij op de basisschool echter nooit helemaal duidelijk geworden. Elk opstel kwam terug met rode strepen, maar hoe ik die rode strepen kon vermijden? Ik probeerde maar wat, goochelde met regels, en schreef zo lange tijd ‘hij werdt’, want ‘hij’ krijgt toch t?

Op een gegeven moment vielen er bij mij steeds meer kwartjes. Het is niet magisch en eigenlijk helemaal niet zo moeilijk, iedereen kan foutloos leren schrijven. Mijn eigen verwarring hierover, die ik mij nog goed weet te herinneren, maakt dat ik mij prima kan inleven in kinderen die mij enigszins wanhopig aankijken. Maar waarom dan juf, waarom al die vervelende regels?

Mijn meester uit groep 8 had het wel goed bedacht, leer kinderen een paar altijd toepasbare regels en ze kunnen de meeste spelfouten vermijden. Bij mij ontbrak er echter nog wat kennis. Lange tijd schreef ik bijvoorbeeld voltooid deelwoorden regelmatig met ‘dt’, daar had ik de regel nooit voor opgeslagen, dus deed maar wat. Voltooid deelwoord in een zin met ‘ik’ als onderwerp niet met dt, in een zin met ‘hij’ wel. Het slaat nergens op, maar als je ronddwaalt in de mist probeer je ergens het licht te vinden.

Volgens mij is het probleem dat er vaak wat stappen worden overgeslagen. Beginnen met regels voor de werkwoordspelling wordt bijvoorbeeld erg verwarrend als je de persoonsvorm, het onderwerp en het voltooid deelwoord nog niet uit een zin kunt halen. Ik begin daarom altijd met de zinsontleding.

Daarna beginnen we met de tegenwoordige tijd, dan de verleden tijd en het voltooid deelwoord, en maken de zinnen steeds moeilijker. Bij het oefenen blijken wat vuistregels voor veel kinderen heel fijn. De gulden regels die ik met kinderen herhaal zijn:

  • Voltooid deelwoorden eindigen nooit op ‘dt’. Simpel genoeg, zijn geen uitzonderingen op (maar het gaat vaak genoeg fout).
  • Is ‘ik’ het onderwerp? Dan nooit een t! Ook niet bij worden, raden, of rijden. De foto bij dit bericht komt overigens van de website ‘taalvoutjes.nl’. Amusant tijdverdrijf als je niets anders te doen hebt.
  • Is ‘jij’ het onderwerp en staat het vóór de persoonsvorm, dan wel een t. Staat jij achter de persoonsvorm, dan geen t (als ‘jij’ te laat komt krijg je geen t).
  • Verleden tijd, dan is de thee koud. Nooit ‘dt’ in de verleden tijd dus.

Op zoek naar bijles of remedial teaching in Zeist, Utrecht of De Bilt?